NICO HEMELAAR

verbeeldingen van landschap


Tsja… mijn levenslange fascinatie voor landschap en voor verbeelden…...

Het begint natuurlijk bij het verkeren in “mijn” landschappelijke gebieden. Het ondergaan, het op je laten inwerken. In mijn website staan een aantal tekstjes daarover. Je kijkt met aandacht en je krijgt voortdurend wat terug. Het was Robert Macfarlane, schrijvend over z’n vele voettochten in Ierland en UK o.a. , die opmerkte dat het langere tijd vertoeven in (natuurlijk) landschap iets verandert in je psyche. Je komt anders terug dan je was toen je vertrok.
Er is dus iets in die natuurlijke en/of oude voormalige gecultiveerde of gebruikte landschappen, dat bijzonder is, voelbaar is, en kennelijk de moeite waard om op te zoeken, er doorheen te bewegen of in te zijn. Een soort existentiële wisselwerking tussen een wereld buiten je en je innerlijke. En daar moet je tijd voor nemen, je gaat steeds meer zien en begrijpen. De leegte blijkt niet leeg, en chaos is op een bepaalde manier geordend, gestructureerd.

Er is altijd beweging, veranderlijkheid, niets is wat het lijkt en niets blijft zoals je het in het begin aantreft. Er zijn mooie ontdekkingen te doen, leegte blijkt gevuld te zijn, het alsmaar veranderende licht omvat ook donkerte. Alles stroomt, alles is “in progress”. Je ervaart tijdloosheid en tegelijkertijd verstrijkt de tijd…

Mijn schilderijen zijn te zien als neerslag of uitdrukking van mijn ervaringen in- en denken over landschap en tegelijkertijd als bezinning over de positie die ik inneem in wat je de West-Europese schilderkunstige traditie zou kunnen noemen. En ook hoe het zich verhoudt tot het discours waar kunst over dient te gaan en welke beeldtaal daarbij relevant is.

De begrippen figuratief en non-figuratief zeggen wat dit betreft niet veel. Het is een artificiële indeling, die m.n. betrekking heeft op de uiterlijke aspecten van een kunstwerk. Binnen alle twee kan sprake zijn van abstractie, abstracte begrippen en waarden die een rol spelen in mijn denken over landschap en landschappelijke verbeeldingen.

Het schilderkunstige beeld is in mijn visie drager van een veelheid aan betekenissen. Een gelaagde inhoud als het ware, die als het lukt ook de vorm mee bepaalt. Tamelijk complex, mag je wel zeggen. In hedendaagse kunst is context alomtegenwoordig en niet meer weg te denken, zelfs vaak belangrijker dan de uiterlijke vorm. Het is waar, mijn ultieme schilderkunstig landschapsbeeld is zoiets als mijn stip op de horizon, die wil ik bereiken, daar wil ik heen. En met horizonnen is het ook zo dat die nooit dichterbij komen en met elke stap die je zet ook weer verder van je vandaan komen te liggen. Schijnbaar tegenstrijdig maar tegelijkertijd uitdagend.

Nico Hemelaar, september 2020.  


Over landschap (1).

Landschap, de verte, de alles oplossende schemering, de stilte.
Nevels, soms een streep verdwijnend licht.
Vallende nacht.
De kleuren van donker.
Alles ademt, alles is buiten ons en tegelijkertijd in ons,
altijd, kijk maar…


Fascinerend zijn ze, de weidse landschappen van veenmoerassen en kustgebieden, slikken, schorren, het wad en alles wat buitendijks en nog niet beheerst en onder controle is.
Het kost moeite om vertrouwd te raken met die vlakke, ongrijpbare en voortdurend veranderlijke gebieden.
Immer de vraag naar houvast: waar veranker je je waarneming in zo veel uitgestrektheid, hoe geef je er betekenis aan?
Er zijn woorden voor: onverbiddelijk, leeg, eindeloos, onherbergzaam.
Het is lastig om vat te krijgen op landschappen die subtiele kleurverschillen vertonen, die door hun wijdte, hun omvang en hun openheid nergens mee te vergelijken zijn.
Ze roepen iets in herinnering dat moeilijk onder woorden valt te brengen, maar wat je onmiskenbaar ervaart en waarin voor mij een schilderkunstige uitdaging ligt.


Over landschap (2).

Een geschilderd landschappelijk beeld. Vlak, leeg en wijds.
Streng misschien of slechts eenvoudig.

Er is licht, lucht, een scherpe hoge horizon, er is iets vóór en het veronderstelt een onzichtbare beschouwer.
M’n romantische voorganger, de grote Caspar David Friedrich schilderde die beschouwer er nog wel in, ik laat hem weg.
Vervang hem door elke willekeurige kijker naar mijn werk.

Stel je voor dat je volkomen alleen bent, en alles om je heen is weg, geen steden, geen mensen, geen cultuur, dan is er altijd nog “landschap”.
Daar sta je dan in en kijkt er naar.
Jij en het andere, dat wat buiten je is.
Dan moet je toch sterk in je schoenen staan, niks troostends, comfortabels, of een thuisgevoel.
Integendeel dreiging, angstgevoelens, eenzaamheid.

Daarin ligt ergens wel iets van een verklaring, in mijn werk is niks gezelligs, leuk pittoresks, te vinden.
En het is maar de vraag of het begrip “mooi” relevant is……


 Over landschap (3).

Mijn schilderijen verwijzen naar een landschappelijke werkelijkheid.
Het waarnemen, gewaarworden, ervaren, ligt aan de basis.
Met gespitste zintuigen, alert.
Een actief kijken.
Er is veel te zien, horen, ruiken, voelen.

Het landschap is complex, geeft zich niet zo maar bloot.
Het zien van landschap is werk.
Landschap is niet stemmig, niet vrolijk, niet somber, het is gewoon wat het is.

Mijn schilderijen bevatten weinig of geen topografische elementen, geen mensen en zijn ook geen impressies of nabootsingen van een ergens in de werkelijkheid voorkomend landschap.

Het landschappelijke beeld gaat over ruimtelijkheid en licht, over horizon, oneindigheid en begrenzing en vooral ook over leegte en stilte.

Om voor mezelf te beschrijven wat er op het platte vlak gebeurt kom ik nog al eens terecht op analogieën met muziek.

Kleur en vormen staan t.o.v. elkaar als een soort akkoorden, de ruimte en sfeer als klanken.
Het gaat dus om specifieke klanken die paradoxaal ook weer een stilte oproepen.
Die stilte in de schilderijen is geloof ik waar het om gaat.
Sommigen noemen het de leegte, toch iets anders, vind ik.

Een geluidloos schilderij associëren met klanken, om vervolgens mijn landschappelijke stilte te realiseren.
Stilte, of de afwezigheid van geluid, maar dat is ook geluid, is verbonden aan landschap.

Waarom ik daar steeds weer op terecht kom? Waarschijnlijk is het omdat ik het ervaren daarvan in een werkelijk landschap zo belangrijk vind.

Nico Hemelaar