into the woods II


Een hellingbos bij La Roche-en-Ardenne

Op het eerste gezicht lijkt dit bos dat in een rechte lijn een begrenzing vormt van een laag gelegen natuurlijke grasvallei en een stromende beek, ondoordringbaar en ontoegankelijk, de dichtbegroeide ondergrond steil omhoog lopend, dicht op elkaar gegroepeerde berken en hazelaars, eiken en haagbeuken met incidenteel een spar en lariks. Mijn foto’s zijn gemaakt tijdens een verkennend onderzoek vanuit het randgebied steeds gericht naar binnen.

Opvallend is de wonderlijke ordening van de stammen in dit typische voormalige hellinghakhout productiebos. Het hout werd ooit generaties lang gebruikt voor allerlei toepassingen, maar is nu al sinds lange tijd niet meer rendabel. Bomen zijn niet meer gekapt en groeiden door tot soms grote hoogtes. De kronen raken elkaar, verdringen elkaar strevend naar het licht, daaronder is het schemerig en geheimzinnig duister. Op plekken met wat meer ruimte valt sporadisch licht op de vochtige donkere groene ondergroei en bos bodem.
De tragiek is voelbaar, deze bomen zullen elkaar langzaam vernietigen, een enkele zal overblijven en tot volle wasdom groeien en weer vergaan. Uit de resten zullen nieuwe scheuten opkomen en de natuurlijke cyclus zal weer opnieuw aanvangen.

Hier is weinig transparantie of doorzicht, maar er heerst beslotenheid en surreële hallucinerende roerloosheid. Daarbij, met het aanzwellend en weer afnemend geruis van wind, de geluiden van vogels, van een stromende beek, onderga je een bijzondere sfeer die afwisselend opgetogenheid als ook een vage angst om te verdwalen oproept als je verder zou willen gaan. Het is een geheimzinnig iets dat een natuurlijk bos iets kan uitdrukken van wat je voelt.

Zo’n ondoordringbaar bos symboliseert de donkere, verborgen, bijna ondoordringbare wereld van ons onbewuste. Als in een spiegel, waar in je jezelf tegenkomt, die je je verborgen angsten en verlangens laat zien.
Wellicht is de angst om het bos binnen te gaan een angst voor jezelf.

Wonderschoon zijn de grillig gegroeide takken en stammen, bijna schetsmatig tekenachtig doen ze denken aan de latere landschappelijke werken van Paul Cézanne, die geobsedeerd was door de natuurlijke vormen en de ruimtes daartussen. immer op zoek naar de intrinsieke harmonie en diepere betekenislagen die hij voelde en zag en dit alles zou verbeelden in z’n tekeningen, schetsen en schilderijen op een unieke persoonlijke manier zoals vóór hem dat nooit eerder was gedaan.

Nico Hemelaar, 2025